Onderwijs vanuit het hart

Boze-leraar

Onderwijs vanuit het hart

Praten over onderwijs is iets van alle tijden. Het onderwijs is altijd in beweging en dat zal ook altijd zo blijven. Het onderwijs beweegt mee met de samenleving en dat staat garant voor regelmatig opschudden van het “onderwijsbed”. Dat gaat dan vaak met heel wat roering gepaard. Voor- en tegenstanders van de ingezette veranderingen trachten via discussies hun gelijk te halen. Er zijn al aardig wat bevlogen ministers van onderwijs gepasseerd met in hun kielzog diverse variaties aan staatssecretarissen van datzelfde ministerie. De verscheidenheid van plannen voor de diverse soorten van onderwijs blijven tot op heden over elkaar heen buitelen. De ene keer zijn het vernieuwende ideeën, de andere keer oude wijn in nieuwe zakken en alles wat daar tussen zit.

Toen ik, als net 21-jarige juf, van de Pedagogische Academie kwam was ik benieuwd naar wat er zou komen en stond ik open voor wat er op mijn onderwijs-pad zou komen. Ik begon als juf in de vierde klas en voelde me als een vis in het water. Een klas met dertig kinderen, die misschien nog wel benieuwder naar mij waren dan ik naar hen. We hadden samen een fijn jaar en ik zag op tegen het afscheid, want met deze kinderen had ik echt een band. Na een paar jaar bleek dit een steeds terugkerend verschijnsel te zijn en dat bleef al die jaren zo. Ieder jaar hechtte ik me aan een groep en zoals later bleek, bleef ik ook steeds contact houden met oud-leerlingen. Ik voelde een band met die kinderen.

Ondertussen veranderde het onderwijs al vrij snel;  klas vier werd groep 6, lagere –  en kleuterschool werden samen basisschool en er werden nieuwe vakken als Bevordering van gezond gedrag en Engels geïntroduceerd. Ons stencilapparaat  werd een kopieerapparaat en de typemachine een computer. Onderwijzers werden leerkrachten en directeuren werden schoolleiders. Er werden veranderingen toegejuicht, afgekeurd en soms ook teruggedraaid.

Zo terugdenkend aan al die jaren met alle veranderingen die voorbij zijn gekomen, ging ik op zoek naar de constante factor. Al snel kwam ik uit bij de mens voor de klas. Die mens die steeds weer, elke dag zijn of haar klas verwelkomt en er het beste van wil maken. Terugdenkend aan mijn tijd als kind in de klas kwamen er al meteen een paar leerkrachten naar boven die voor mij meer waren dan zomaar een juf of meneer. Zij waren oprecht in mij als kind geïnteresseerd en hadden vertrouwen in mijn potentieel. Ze waren eerlijk, open en oprecht. Als kind voelde ik dat zuiver aan en stond daardoor bij die leerkrachten, in dat jaar, nog meer open voor ontwikkeling.  Met warmte denk ik terug aan Ber Sterk, die voor mij op huisbezoek kwam nadat ik niet meer naar school wilde omdat ik bang was voor een van de kinderen. Of aan Ans Buys die me liet zien hoie je een klas enthousiast kan krijgen om te leren en nog meer uit jezelf te halen. Mensen die me hebben geïnspireerd om dit mooie vak uit te gaan oefenen.  Ik werd benieuwd of andere mensen ook zulke fantastische leerkrachten hebben gehad, die hen zijn bijgebleven en hen mede hebben geïnspireerd tot wie ze nu zijn. Maar ook, wat dan maakte dat deze leerkracht specialer was dan al die anderen. Zo’n verhaal kwam geheel onverwachts op mijn pad.

Tijdens een nieuwjaarsborrel op een basisschool nam de directeur van de betreffende school het woord met zijn nieuwjaarsrede. Het ging erover dat je als leerkracht de kinderen in je klas kunt inspireren en tot grotere hoogte kunt laten stijgen. Hij vertelde zijn eigen verhaal. Het verhaal toen hij nog op de lagere school zat.

Toen Jacob in de, toen nog, tweede klas zat had hij een hele strenge meester. Op een dag gebeurde er in de ochtendpauze iets vervelends. Jacob werd betrokken bij een ruzie en kreeg van de meester de schuld. De kleine, goed gebekte Jacob probeerde aan de meester uit te leggen dat hem  geen enkele blaam trof, maar de meester bleef bij zijn standpunt en Jacob verdiende straf. Jacobs rechtvaardigheidsgevoel werd enorm op de proef gesteld. Hij had het niet gedaan en voelde zich echt in een kwaad daglicht gesteld. In die tijd toen groep vier nog tweede klas heette, mocht je niks tegen de mening van de meester inbrengen. Zo niet Jacob: “Stik maar!!!”, riep hij en hij liep kordaat de klas uit en wandelde naar huis.

Thuis aangekomen zat zijn moeder samen met de buurvrouw aan een kop koffie en een gebakje. Moeder was verbaasd en liet de kleine Jacob uitleggen waarom hij al thuis was. Jacob deed het hele verhaal uit de doeken. “Maar jongen toch, wil je een glas ranja en een gebakje?” Nou, dat liet Jacob zich geen twee maal zeggen en at vol vuur het gebakje. Dit vroeg om herhaling bedacht hij al snel, totdat moeder hem terug naar school stuurde. Met lood in de schoenen ging hij terug, voorbereid op een flinke straf van de meester.

Maar tot zijn stomme verbazing bood de meester zijn excuses aan. Hij had het helemaal fout gezien en had echt gedacht dat Jacob schuld had. De kinderen in de klas waren voor Jacob opgekomen toen hij al hoog en droog thuis zat. Jacob had van alles verwacht maar dit nooit. “O ja jongen, en als ik me nog eens vergis….naar huis lopen dat doen we niet meer. Daar praten we dan samen over en ik zal beter naar je luisteren”. Daarmee was voor de meester de kous af.  Deze meester was voor Jacob vanaf dat moment een veilige haven, iemand waar hij grenzeloos respect voor had. Deze meester was te vertrouwen. De rest van het jaar was de meester zijn held waar hij keihard voor wilde werken. Jacob is inmiddels een volwassen man van vijftig, die al jaren directeur is op de basisschool. Toeval?

Als jij nu voor de klas staat kan zo’n ogenschijnlijk voorval, voor een kind hèt verschil maken tussen de leerkracht of de leerkracht. Vertelt dat kind over veertig jaar op een nieuwjaarsborrel tegen zijn personeel ook dat ene verhaal waardoor jij voor hem of haar het verschil maakte? Ik ben benieuwd naar jullie verhalen over jullie ervaringen van toen, maar zeker ook naar die van nu. Waar maakte jij het verschil voor een van je leerlingen of wie weet voor de hele klas.